top of page
PXL_20260224_150808902_edited_edited.jpg

Maastricht University

Special Collections

About

Maastricht University’s Special Collections hold primary, raw, unfiltered sources that are used physically and digitally in education and research. They motivate and lead to discussions, ideas and critical thinking. 

 

The core of these Special Collections is formed by various monastery libraries with books collected by Jesuits mainly in the nineteenth and twentieth centuries. Most extensive are the monastery libraries of the theological and philosophical faculties, once located in Maastricht (Canisianum) and Nijmegen (Berchmanianum), and the library from the former Great Seminary of Warmond. In recent decades, various other collections have been added through gifts, purchases and bequests.’

PXL_20260206_152713803_edited.jpg

De heks: een maatschappelijke en intellectuele constructie


door conservator drs. Odin L.M.J. Essers
Bijzondere Collecties Universiteit Maastricht

Special Collections

Denken we aan een heks, dan denken we doorgaans aan een magere, oude vrouw met een gebogen lichaam, een grote haakneus en wratten op het gezicht, eventueel voorzien van
een zwarte puntige hoed en een zwarte mantel. Ze heeft bovennatuurlijke krachten, werkt
samen met de duivel en veroorzaakt schade via magie. Historisch gezien is dit beeld het
resultaat van een complexe wisselwerking tussen volksgeloof, theologie, juridisch denken en later populaire cultuur. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de Bijzondere Collecties van de Universiteit Maastricht, waarvan de kern wordt gevormd door de Jezuïetenbibliotheek. Deze omvangrijke verzameling boeken is afkomstig van verschillende kloosterbibliotheken en heeft een enorme thematische reikwijdte en een rijke inhoudelijke diepgang. Hieronder bevinden zich ook publicaties uit de tijd van de Europese heksenprocessen.


Deze processen ontstonden niet uit een vacuüm van bijgeloof, maar bouwden voort op
laatmiddeleeuwse theologische en rechtskundige kaders. In de vroege veertiende eeuw systematiseerden inquisitoriale handboeken de bestrijding van ketterij binnen het Romeins-canonieke recht.

Het veertiende-eeuwse Practica Inquisitionis Heretice Pravitatis (Manuel de l'Inquisiteur) van Bernard Gui bood inquisitoren een praktische leidraad voor ondervraging en bewijsvoering. Hoewel het werk zich primair richtte op ketterij en niet specifiek op hekserij, droeg het bij aan de institutionalisering van een inquisitoire procesvorm waarin de rechter actief onderzoek deed en bekentenis als hoogste bewijs gold.

Nicholas Eymerichs Directorium Inquisitorum (1376) werkte deze traditie verder uit. Hij
systematiseerde de bewijsleer, waaronder het concept van semiplena probatio (half bewijs),
dat onder bepaalde voorwaarden het gebruik van foltering kon legitimeren. Eymerich
introduceerde deze principes niet zelf, maar operationaliseerde bestaande Romeins-
canonieke normen. Deze juridische structuur creëerde een kader waarin uitzonderlijke
misdrijven – waaronder later ook duivelse hekserij – via gereguleerde dwang konden worden onderzocht.

 

In de vijftiende eeuw werd hekserij explicieter als juridische categorie geformuleerd. De Malleus Maleficarum (1487) van Heinrich Kramer verbond volksmagie met het concept van het duivelspact en presenteerde hekserij als een uitzonderlijke, collectieve dreiging voor christelijke orde. Hoewel de invloed van dit werk regionaal sterk varieerde en niet overal normatief werd toegepast, bood het een samenhangend demonologisch en juridisch betoog dat vervolging theologisch en procedureel kon onderbouwen.

 

Paulus Grillandus’ Tractatus de hereticis et sortilegiis (c. 1525) integreerde demonologische
argumenten in een Romeinsrechtelijk kader en behandelde hekserij als een juridisch
vervolgbaar misdrijf. Zijn werk, vooral relevant in de Italiaanse context, illustreert hoe
demonologie en strafrecht elkaar wederzijds konden versterken zonder dat één tekst als
directe oorzaak van vervolgingen kan worden aangewezen.


Naast kerkelijke kaders speelden wereldlijke rechtsbronnen een rol in de bredere
normalisering van strafrechtelijk geweld. De Sachsenspiegel, in gedrukte edities zoals die
van 1554, bevatte geen uitgewerkte heksenleer, maar legitimeerde lijfstraffen en doodstraffen binnen een seculier rechtskader. In combinatie met vroegmoderne strafwetgeving droeg dit bij aan een juridische cultuur waarin zware fysieke sancties als legitieme instrumenten van rechtspraak werden beschouwd.

 

De opkomst van de drukpers versterkte de circulatie en standaardisering van deze juridische en demonologische teksten. Drukwerk vergrootte niet alleen bereik, maar verleende ook autoriteit en schiep een gedeelde juridische taal over grenzen heen. Toch verklaren juridische structuren alleen de heksenvervolgingen niet volledig. Historici hebben ook gewezen op sociale spanningen, religieuze conflicten, staatsvorming, genderverhoudingen en crisisomstandigheden als bepalende factoren. De heksenprocessen moeten daarom worden begrepen als het resultaat van een samenspel tussen juridische rationaliteit, theologische overtuigingen en bredere maatschappelijke dynamiek.

© 2025 Maastricht Antiquarian Book and Print Fair All Rights Reserved

  • Instagram
  • YouTube
  • 290742 (1)

The MABP would like to thank the following sponsors for their contributions and donations.

logo_teamnotarissen (1).png
Sponsor logo.png
Boekhandel-Dominicanen.png
polygarde.png

Style Event Lux

bottom of page